Vordering uit erfenis in box 3: zo zit het in 2026

Vordering uit erfenis in box 3: zo zit het in 2026

Heb je te maken met een vordering uit een erfenis in box 3 en twijfel je of je die moet opgeven in je aangifte? Dan is het vooral belangrijk om één onderscheid scherp te hebben: niet elke erfrechtelijke vordering telt mee als belast vermogen. In 2026 geldt nog steeds dat een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder meestal buiten box 3 blijft, terwijl een vordering op een onverdeelde nalatenschap juist vaak wel moet worden opgenomen.

Dat verschil lijkt klein, maar in de praktijk scheelt het veel. Niet alleen voor je aangifte, maar ook voor de vraag of je onnodig belasting betaalt of juist een schuld vergeet mee te nemen. In dit artikel leg ik je in gewone taal uit wat een vordering uit erfenis is, wanneer die wel of niet in box 3 valt, waar je die invult in je aangifte en hoe je dit slim aanpakt als de nalatenschap nog niet is verdeeld.

Werk je met grotere vermogens, een familievermogen, vastgoed of een complexe nalatenschap? Dan loont het extra om dit goed te structureren. De box 3-regels in 2026 zijn nog steeds gebaseerd op vermogenscategorieën en forfaitaire rendementen. Daardoor kan een verkeerde kwalificatie je meer kosten dan je denkt.

Wat is een vordering uit een erfenis?

Een vordering uit een erfenis betekent dat jij juridisch recht hebt op een deel van de nalatenschap, maar dat je het geld of de bezitting nog niet daadwerkelijk in handen hebt. Je bent dus al wel erfgenaam, alleen de uitbetaling of verdeling moet nog plaatsvinden. Dat zie je vaak bij een onverdeelde nalatenschap, maar ook bij een wettelijke verdeling of een langstlevende testament.

Verschil tussen erfbelasting en inkomstenbelasting (box 3)

Hier gaat het vaak mis. Erfbelasting en inkomstenbelasting zijn twee verschillende systemen. Over de erfenis zelf kun je erfbelasting verschuldigd zijn. Daarna kan dezelfde erfenis ook invloed hebben op je inkomstenbelasting, omdat het vermogen meetelt voor box 3. Een erfenis is dus geen inkomen, maar kan wel box 3-vermogen zijn.

Praktisch gezegd: eerst kijk je of je erfbelasting moet betalen over wat je erft. Daarna kijk je per 1 januari van een belastingjaar of jouw aandeel of vordering op dat moment meetelt in box 3. Dat zijn twee aparte vragen, met twee aparte uitkomsten.

Wanneer is een erfenis een vordering en wanneer is het gewoon vermogen?

Dat hangt af van de situatie op de peildatum. Staat het geërfde geld al op je eigen rekening op 1 januari, dan is het gewoon bankvermogen in box 3. Is de nalatenschap nog niet afgewikkeld en heb jij alleen recht op jouw aandeel, dan heb je een vordering op de nalatenschap. Erf je een woning die nog niet aan jou is geleverd, dan heb je meestal ook nog een vorderingsrecht in plaats van direct bezit.

De praktische vuistregel is simpel: kun je er op 1 januari feitelijk over beschikken, dan is het meestal direct vermogen. Kun je dat nog niet, maar heb je er wel recht op, dan zit je vaak in de sfeer van een vordering.

Valt een vordering op een nalatenschap in box 3?

Meestal wel, maar er is één grote uitzondering: de niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder in een situatie van wettelijke verdeling of een gelijksoortig langstlevende testament. Die wordt fiscaal genegeerd. Dat heet defiscalisering. In dat geval is de vordering geen belastbare bezitting voor het kind en ook geen aftrekbare schuld voor de langstlevende ouder.

Alle andere vorderingen uit een erfenis moet je in beginsel wél beoordelen voor box 3. Denk aan een vordering op een onverdeelde nalatenschap, een vordering op mede-erfgenamen of een opeisbare vordering uit een eerdere langstlevende situatie.

Onverdeelde nalatenschap en box 3: de basisregel

Is de nalatenschap per 1 januari nog niet verdeeld, dan moet je jouw aandeel meestal opnemen in box 3. Ook als je nog niets hebt ontvangen. Dat voelt soms onlogisch, maar fiscaal gezien heb je al een vermogensrecht. Dat recht heeft waarde en telt daarom mee.

Wat in de praktijk belangrijk is: je aandeel moet je niet altijd als één totaalbedrag invullen. Bij de huidige box 3-systematiek in 2026 wordt gekeken naar vermogenscategorieën. Zit er in de nalatenschap spaargeld, beleggingen en bijvoorbeeld een tweede woning, dan moet jouw aandeel eigenlijk worden uitgesplitst over die categorieën. Dat maakt de aangifte nauwkeuriger en voorkomt dat alles onterecht in een ongunstige categorie belandt.

Bij grotere nalatenschappen vraag ik in de praktijk bijna altijd om een overzicht per 1 januari van de executeur of notaris. Zonder die uitsplitsing wordt er vaak te grof ingevuld, en dat pakt zelden in jouw voordeel uit.

Peildatum 1 januari: wat telt er mee?

Voor box 3 telt de stand op 1 januari 2026 voor je aangifte over 2026. Niet wat er later in het jaar gebeurt. Overlijdt iemand bijvoorbeeld in november 2025 en is de nalatenschap op 1 januari 2026 nog niet verdeeld, dan moet je jouw aandeel in principe al meenemen in box 3 over 2026.

Dat maakt december overlijdens extra relevant. Als een langstlevende ouder bijvoorbeeld eind december overlijdt, kunnen eerder gedefiscaliseerde vorderingen opeisbaar worden. Vanaf de eerstvolgende peildatum kunnen die dan ineens wél box 3-vermogen vormen. Dat is geen reden tot paniek, maar wel een reden om de peildatum serieus te nemen.

Wanneer valt een vordering juist niet in box 3?

De belangrijkste uitzondering is de niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder. Die ontstaat vaak als één ouder overlijdt en de andere ouder achterblijft. De kinderen erven dan wel mee, maar krijgen hun erfdeel nog niet uitbetaald. Civielrechtelijk is er een vordering, fiscaal voor box 3 wordt die genegeerd zolang deze niet opeisbaar is en de situatie onder de wettelijke regels of een passend testament valt.

Dit geldt ook voor de renteaangroei op die vordering. Zolang de vordering niet opeisbaar is en onder de defiscaliseringsregels valt, blijft ook die aangroei buiten box 3. Dat is een belangrijk verschil met bijvoorbeeld een schenking op papier, die meestal juist wel in box 3 valt.

De vraag of een vordering box 3-vermogen is, kun je dus alleen goed beantwoorden als je eerst weet op wie de vordering is gericht en of die al opeisbaar is.

Vordering op langstlevende ouder box 3

Bij een vordering op de langstlevende ouder geldt in 2026 nog steeds: als die vordering niet opeisbaar is en voortkomt uit een wettelijke verdeling of een vergelijkbare testamentaire regeling, neem jij die niet op als bezitting in box 3. De langstlevende ouder mag de schuld ook niet aftrekken. De ouder geeft de bezittingen gewoon voor de volle waarde aan.

Dat is precies de reden waarom veel mensen zoeken op niet opeisbare vordering erfenis box 3. Het antwoord is meestal geruststellend, maar alleen als de juridische vorm klopt. Bij samengestelde gezinnen, samenwoners zonder goede notariële vastlegging of bijzondere testamenten moet je extra goed kijken of aan de voorwaarden is voldaan.

SituatieIn box 3 in 2026?Praktische behandeling
Niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouderNeeGedefiscaliseerd; niet opnemen als bezitting en de ouder trekt de schuld ook niet af
Opeisbare vordering op de langstlevende ouderJa, vanaf de eerstvolgende peildatumOpnemen als box 3-bezitting
Aandeel in een onverdeelde nalatenschapMeestal welOpnemen in box 3 en liefst uitsplitsen naar spaargeld, beleggingen en overige bezittingen
Erfenis al ontvangen op eigen rekeningJaOpnemen als regulier box 3-vermogen in de juiste categorie
Openstaande erfbelasting op peildatumGeen bezitting, maar vaak wel schuldMeestal opnemen bij box 3-schulden als deze op 1 januari nog openstaat

Opeisbare vordering erfenis box 3

Zodra een eerder gedefiscaliseerde vordering opeisbaar wordt, verandert het spel. Vanaf de eerstvolgende peildatum hoort die vordering wel thuis in box 3 als overige bezitting. Dat geldt ook als jij het geld nog niet direct opeist. Opeisbaarheid is fiscaal belangrijker dan feitelijke uitbetaling.

Wie zich afvraagt wanneer vordering uit erfenis opeisbaar is, moet in het testament of in de wettelijke regeling kijken. Vaak wordt de vordering opeisbaar bij overlijden van de langstlevende ouder. Soms ook bij hertrouwen, faillissement, opname in een zorginstelling of andere expliciet opgenomen situaties. Juist daar ontstaan in de praktijk de meeste misverstanden.

Hoe geef je een vordering op erfenis op in je belastingaangifte?

Als jouw vordering wel meetelt in box 3, dan neem je die op als bezitting in je aangifte inkomstenbelasting. In gewone taal: je vult de waarde van jouw vorderingsrecht op 1 januari in bij je box 3-vermogen. Heb je daarnaast nog erfbelasting openstaan, dan mag die openstaande erfbelasting meestal als schuld in box 3 worden opgenomen, voor zover die op de peildatum nog niet is betaald.

Vordering of schuld: wat vul je precies in?

De vraag hoe vordering op erfenis invullen in aangifte is terecht, want het hangt af van de aard van de nalatenschap. Bij een onverdeelde nalatenschap vul je jouw aandeel in als bezitting. Idealiter splits je dat uit naar banktegoeden, beleggingen en overige bezittingen. Een openstaande erfbelastingverplichting neem je op bij de schulden.

Concreet voorbeeld. Stel dat jouw aandeel in een onverdeelde nalatenschap per 1 januari bestaat uit € 40.000 spaargeld, € 25.000 beleggingen en € 35.000 in een nog niet verkochte woning. Dan neem je niet simpelweg € 100.000 als één post op, maar verdeel je het over de passende categorieën. Dat is in 2026 extra relevant, omdat per categorie een ander forfaitair rendement geldt.

Recente percentages laten zien waarom die uitsplitsing zin heeft. Voor box 3 wordt in de overgangsperiode gewerkt met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Spaargeld kent doorgaans een veel lager forfait dan overige bezittingen. Een vordering op een nalatenschap zonder uitsplitsing te grof wegzetten, kan daardoor leiden tot een hogere heffing dan nodig.

Relatie met het heffingsvrij vermogen

Je betaalt niet automatisch belasting alleen omdat je een vordering hebt. Eerst wordt gekeken naar je totale box 3-vermogen. Pas boven het heffingsvrij vermogen ontstaat daadwerkelijk box 3-heffing. Voor fiscale partners geldt een gezamenlijke vrijstelling, die in 2026 ruim boven de € 100.000 ligt. De exacte grens hangt af van het belastingjaar en je situatie.

Dit is meteen de nuance bij de zoekvraag erfenis geen inkomen maar wel box 3 vermogen. Ja, een erfenis of vordering kan box 3-vermogen zijn. Maar nee, dat betekent niet automatisch dat je meteen belasting betaalt. De impact hangt af van je totale vermogenspositie.

Wil je beter begrijpen hoe box 3 in 2026 werkt, dan is deze uitleg over box 3 in 2026 een logische verdieping.

Praktisch voorbeeld: erfenis en box 3 in de aangifte

Stel, je moeder overlijdt in oktober 2025. Je vader leeft nog niet meer, dus er is geen langstlevende situatie. Jij en je broer zijn ieder voor 50 procent erfgenaam. Op 1 januari 2026 is de nalatenschap nog niet verdeeld. De bezittingen bestaan uit € 60.000 spaargeld, € 80.000 beleggingen en een woning van € 300.000. De nog openstaande erfbelasting voor jou bedraagt € 12.000.

Jouw aandeel is dan per 1 januari 2026: € 30.000 spaargeld, € 40.000 beleggingen en € 150.000 woningwaarde. Totaal € 220.000 aan box 3-bezittingen. De nog niet betaalde erfbelasting van € 12.000 kun je opvoeren als schuld in box 3, mits die op de peildatum nog openstaat.

Dit is dus een typisch geval van vordering erfenis box 3 waar invullen: niet als één losse opmerking ergens onderaan, maar netjes binnen de box 3-rubrieken, verdeeld naar aard van het vermogen.

Vergelijk dat met een andere situatie. Overlijdt jouw vader, terwijl je moeder nog leeft en er is een wettelijke verdeling. Dan krijg jij misschien civielrechtelijk een erfdeel van € 180.000 als vordering op je moeder. Als die vordering niet opeisbaar is, neem jij die in 2026 niet op in box 3. Je moeder mag die schuld ook niet aftrekken. Dat is het grote verschil tussen een gewone vordering en een vordering op langstlevende ouder box 3.

Wat als de nalatenschap schulden bevat?

Tot nu toe ging het vooral over bezittingen in de nalatenschap. Maar wat als de overledene ook schulden had, zoals een hypotheek, een persoonlijke lening of openstaande rekeningen? Als erfgenaam erf je in principe ook het aandeel in die schulden, zolang je de nalatenschap niet verwerpt.

Voor box 3 betekent dit dat jouw aandeel in de schulden van de nalatenschap in beginsel ook meetelt als box 3-schuld, voor zover die schulden nog in de onverdeelde nalatenschap zitten op de peildatum. Net als bij de bezittingen geldt hier dat je jouw aandeel zo nauwkeurig mogelijk moet opgeven op basis van de stand per 1 januari.

Praktisch gezien is het verstandig om een volledig overzicht van de nalatenschap op te vragen bij de notaris of executeur: zowel de bezittingen als de schulden per 1 januari. Zo voorkom je dat je belasting betaalt over een netto-vermogen dat feitelijk kleiner is dan je opgeeft. Een schuld vergeten is net zo nadelig als een bezitting vergeten, maar dan in omgekeerde richting.

Slim omgaan met veelgemaakte risico’s

Het grootste risico is niet dat de regels te ingewikkeld zijn. Het grootste risico is dat mensen de verkeerde categorie kiezen. Ze vullen een onverdeelde nalatenschap als één bedrag in, vergeten de openstaande erfbelasting als schuld, of nemen een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder ten onrechte toch op in box 3.

De slimme aanpak is eenvoudig. Vraag een overzicht per 1 januari op. Controleer of er sprake is van een wettelijke verdeling of een onverdeelde nalatenschap. Kijk daarna of de vordering al opeisbaar is. Pas dan vul je de aangifte in. In mijn ervaring bespaar je daarmee niet alleen belasting, maar vooral veel gedoe achteraf met correcties en vragen van de Belastingdienst.

Heb je te maken met testamenten, schenkingen, vastgoed of grotere familievermogens? Dan loont het om box 3 niet los te zien van je bredere estate planning. Juist de combinatie van fiscaliteit en vermogensplanning maakt hier vaak het verschil. Wil je daar verder in duiken, bekijk dan ook deze pagina over estate planning of lees meer via de artikelen van Financial Life Plan.

Conclusie

Of een vordering uit een erfenis in box 3 valt, hangt in 2026 vooral af van twee vragen: is de vordering opeisbaar, en gaat het om een langstlevende situatie die onder de defiscaliseringsregels valt? Een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder blijft meestal buiten box 3. Een vordering op een onverdeelde nalatenschap moet je juist vaak wel opnemen, ook als er nog niets is uitgekeerd.

Pak het dus niet op gevoel aan, maar op volgorde: bepaal de situatie op 1 januari, splits het vermogen waar nodig uit per categorie en vergeet openstaande erfbelasting niet als mogelijke box 3-schuld. Zo houd je grip, voorkom je onnodige belasting en maak je slimmere keuzes voor je totale vermogen.

Wil je weten of jouw erfenis in 2026 onterecht als box 3-vermogen wordt meegenomen, of juist slimmer gestructureerd kan worden binnen je totale vermogensplan? Financial Life Plan helpt je om daar helderheid in te krijgen.

Veelgestelde vragen over erfenis en box 3

1. Moet ik een niet-opeisbare vordering uit een erfenis aangeven in box 3?

Niet als het gaat om een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder uit een wettelijke verdeling of een vergelijkbare testamentregeling. In dat geval geldt defiscalisering. De vordering telt dan niet als box 3-bezitting en de schuld van de ouder ook niet als box 3-schuld.

2. Moet ik een onverdeelde nalatenschap opgeven als ik nog niets heb ontvangen?

Ja, meestal wel. Als jij per 1 januari recht hebt op een aandeel in een nog niet verdeelde nalatenschap, dan heb je fiscaal een vordering. Die waarde hoort in beginsel in box 3 thuis, ook als de uitbetaling of verdeling later pas volgt.

3. Waar vul ik een vordering uit erfenis in mijn aangifte in?

Als de vordering belast is in box 3, neem je die op bij je bezittingen. Bij een onverdeelde nalatenschap is het slim om jouw aandeel uit te splitsen naar banktegoeden, beleggingen en overige bezittingen. Nog openstaande erfbelasting mag je vaak apart opnemen bij de schulden.

4. Wanneer wordt een vordering op de langstlevende ouder wél belast in box 3?

Vanaf het moment dat die vordering opeisbaar is. Dat is vaak bij overlijden van de langstlevende ouder, maar kan ook eerder zijn als het testament dat bepaalt. Vanaf de eerstvolgende peildatum na die opeisbaarheid valt de vordering doorgaans wel in box 3.

5. Betaal ik altijd box 3-belasting als ik een erfenis of vordering heb?

Nee. Een erfenis kan wel box 3-vermogen zijn, maar je betaalt pas belasting als je totale box 3-vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Daarbij telt niet alleen de erfenis mee, maar je volledige vermogen op 1 januari van het belastingjaar.

Deze blog bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies; beslissingen op basis hiervan zijn voor eigen risico. Lees onze volledige Disclaimer.

Wil jij een financieel plan dat écht voor jou werkt?
Plan hier je kennismaking

Lees ook:

Werkgeverslasten DGA in 2026

Werkgeverslasten DGA in 2026

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

Als je als directeur-grootaandeelhouder salaris uit je BV haalt, wil je vooral één ding weten: wat kost dat je BV nu echt? Bij werkgeverslasten DGA gaat het niet alleen om je brutoloon, maar ook om loonbelasting, premie volksverzekeringen, de bijdrage Zorgverzekeringswet en de vraag of jouw BV wel of geen premies werknemersverzekeringen moet betalen. Juist […]


DGA ziek: wie betaalt je loon?

DGA ziek: wie betaalt je loon?

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

Word je als directeur-grootaandeelhouder ziek, dan wil je snel weten hoe de loondoorbetaling bij ziekte voor een DGA in 2026 werkt. Het korte antwoord: heb je een arbeidsovereenkomst met je eigen bv, dan geldt in beginsel dezelfde hoofdregel als voor andere werknemers, namelijk maximaal 2 jaar loondoorbetaling en minimaal 70% loon bij ziekte. Tegelijk ben […]


Doorbetaaldloonregeling voor de DGA: zo werkt het in 2026

Doorbetaaldloonregeling voor de DGA: zo werkt het in 2026

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

De doorbetaaldloonregeling voor DGA’s is in 2026 nog steeds relevant als je werkt met een holding en een of meer werk-bv’s. Toch gaat het in de praktijk vaak mis op twee punten: de verhouding tussen hoofdwerkgever en nevenwerkgever, en de vraag of je de regeling alleen voor loonheffingen toepast of ook voor werknemersverzekeringen. Als je […]