
Forfait box 3 stijgt in 2026: dit betekent het voor jouw vermogen
Het forfait in box 3 stijgt in 2026, en dat voel je vooral als je belegt, een tweede woning hebt of privé vermogen aanhoudt buiten spaargeld. Voor veel ondernemers, DGA’s en vermogende particulieren is dit zo’n onderwerp dat je makkelijk uitstelt, tot de aanslag ineens hoger uitvalt dan verwacht. In dit artikel leg ik je helder uit wat er verandert, waarom die stijging er is, wat de impact kan zijn op jouw box 3-heffing en vooral hoe je hier slim op kunt sturen.
We kijken naar de actuele cijfers voor 2026, de lijn richting 2027 en 2028, de tegenbewijsregeling en praktische opties om box 3 te optimaliseren. Geen juridisch wollig verhaal, maar een bruikbaar overzicht waarmee je sneller ziet waar jouw kansen zitten.
Wat is box 3 en hoe werkt het forfaitaire systeem?
Wat valt er onder box 3?
Box 3 is de belastingbox voor privévermogen. Denk aan beleggingen, aandelen, obligaties, crypto, een tweede woning en spaargeld dat niet in box 1 of box 2 valt. Ook schulden kunnen meetellen, voor zover ze aan de voorwaarden voldoen. Voor ondernemers en DGA’s is dit belangrijk, omdat vermogen vaak verspreid zit over privé, holding, beleggingsrekeningen en vastgoed.
Niet alles valt in box 3. Je eigen woning zit meestal in box 1, en vermogen in een BV valt niet in box 3 maar in de BV-sfeer. Juist daar ontstaat vaak ruimte voor fiscaal slimmere keuzes, zeker als je al langer privé belegt of vastgoed aanhoudt.
Hoe wordt het forfaitaire rendement berekend?
In het huidige overbruggingsstelsel kijkt de Belastingdienst niet naar één vast fictief totaalrendement voor iedereen, maar naar vermogenscategorieën. Voor banktegoeden geldt een ander percentage dan voor overige bezittingen. Overige bezittingen zijn onder meer beleggingen, tweede woningen, aandelen, obligaties en crypto. Daarna betaal je 36% belasting over het berekende rendement.
Voor 2026 is vooral dat percentage voor overige bezittingen relevant. In 2025 lag het forfaitair rendement box 3 voor overige bezittingen op 5,88%. In 2026 stijgt dat naar 6,00%. Dat is een stevige sprong. Wie box 3 wil berekenen in 2025 of 2026 moet dus niet alleen naar het vermogen kijken, maar vooral naar de verdeling tussen spaargeld en overige bezittingen.
Waarom stijgt het forfait in box 3?
De kern is simpel: het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement is uitgesteld tot op zijn vroegst 2028. Daardoor blijft het tijdelijke systeem langer in stand. Om dat budgettair op te vangen, is het forfait voor overige bezittingen verhoogd. Anders gezegd: de overheid laat het oude systeem langer doorlopen en schroeft tegelijk de veronderstelde opbrengst van vermogen op.
Daar zit meteen de frustratie voor veel belastingplichtigen. Je betaalt belasting op een verondersteld rendement dat lang niet altijd overeenkomt met wat je echt hebt verdiend. Zeker als je portefeuille een matig jaar draait, of als vastgoed wel waarde op papier heeft maar weinig vrije cashflow oplevert. Tegelijk is dit het speelveld in 2026. Slimme vermogensplanning begint dus niet met klagen over box 3, maar met doorrekenen en structureren.
Voor 2027 wordt op basis van beschikbare berekeningen uitgegaan van een forfait van 6,37% voor overige bezittingen. Dat ligt iets hoger dan de 6,00% in 2026. Het tarief van 36% blijft daarbij in stand.
Wat betekent de stijging concreet voor jouw belasting?
De impact van de box 3-stijging is het grootst als je veel vermogen hebt in beleggingen, vastgoed of andere overige bezittingen. Ook het heffingsvrije vermogen werkt mee in de belastingdruk. Voor 2026 wordt uitgegaan van € 59.357 per persoon. Heb je een fiscaal partner, dan is dat € 118.714 samen. Daardoor betaal je eerder belasting dan veel mensen denken.
Ruw gezegd komt een forfait van 6,00% met een belastingtarief van 36% neer op een effectieve druk van ongeveer 2,16% op het belaste vermogen in de categorie overige bezittingen. Dat is fors als jouw echte netto rendement daaronder ligt.
Rekenvoorbeeld: spaargeld in box 3
Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 150.000 spaargeld en geen andere box 3-bezittingen of schulden. Dan trek je eerst het heffingsvrije vermogen van € 59.357 af. Over het resterende deel wordt gerekend met het forfait voor banktegoeden, dat veel lager ligt dan bij overige bezittingen. Juist daarom is de box 3-druk op puur spaargeld meestal nog beperkt.
De praktische les is belangrijker dan de exacte euro op de komma: spaargeld en beleggingen worden in box 3 heel anders behandeld. Veel mensen gooien dat op één hoop, maar bij box 3-optimalisatie is die vermogensmix juist bepalend.
Rekenvoorbeeld: beleggingen in box 3
Stel, je hebt in 2026 € 300.000 aan beleggingen in privé en geen schulden. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen van € 59.357 blijft € 240.643 belastbaar vermogen over. Bij een forfaitair rendement box 3 van 6,00% op overige bezittingen kom je uit op een verondersteld rendement van ongeveer € 14.439. Daarover betaal je 36% belasting. Dat is afgerond circa € 5.198 box 3-heffing.
Heb je in werkelijkheid maar 3% rendement gehaald, dan voelt dat verschil direct. Precies daar wordt de tegenbewijsregeling interessant. En precies daarom is blind privé blijven beleggen niet altijd de slimste keuze, zeker niet als je ook een BV-structuur hebt of kunt opzetten.
Wil je zelf verder rekenen, kijk dan ook eens naar deze uitleg over box 3 belasting berekenen en rendement berekenen. Dat helpt om de impact op jouw eigen cijfers concreet te maken.
Wie merkt de stijging het meest?
De stijging raakt vooral drie groepen. Ten eerste particuliere beleggers met een brede effectenportefeuille in privé. Ten tweede mensen met een tweede woning of verhuurd vastgoed. Ten derde DGA’s die privé vermogen hebben opgebouwd en dat naast de BV laten renderen.
Vastgoedbezitters merken de pijn vaak het sterkst. Bij vastgoed telt voor box 3 niet alleen huur mee, maar ook waardestijging. Tegelijk zijn kosten in de tegenbewijsregeling niet zomaar aftrekbaar. Daardoor pakt box 3 werkelijk rendement bij vastgoed in de praktijk vaak minder gunstig uit dan mensen vooraf denken.
| Onderdeel | 2025 | 2026 | 2027 |
|---|---|---|---|
| Forfait overige bezittingen | 5,88% | 6,00% | 6,37% |
| Belastingtarief box 3 | 36% | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen per persoon | n.v.t. | € 59.357 | n.v.t. |
| Heffingsvrij vermogen fiscale partners samen | n.v.t. | € 118.714 | n.v.t. |
Ook ondernemers die ooit kozen voor eenvoud en vermogen privé aanhielden, lopen nu vaker tegen een grens aan. Wat ooit overzichtelijk leek, kan fiscaal onnodig duur worden zodra het vermogen groeit. Dan is het logisch om opnieuw te kijken naar privé versus BV, zeker als je toch al nadenkt over dividend, pensioen of estate planning.
Hoe werkt de tegenbewijsregeling in de praktijk?
De tegenbewijsregeling biedt de mogelijkheid om aan te tonen dat jouw werkelijke rendement lager was dan het forfait waarmee de Belastingdienst rekent. Als dat bewijs slaagt, betaal je belasting over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.
Werkelijk rendement bestaat in de tegenbewijsregeling uit twee componenten: directe opbrengsten (zoals rente, huur en dividenden) en ongerealiseerde waardeveranderingen. Dat laatste punt is cruciaal: ook een papieren waardestijging telt mee als rendement, terwijl een papieren waardedaling je rendement verlaagt. Kosten zoals onderhoudskosten bij vastgoed of beheerskosten bij beleggingen zijn in de meeste gevallen niet aftrekbaar.
Voor effectenportefeuilles is de bewijslast doorgaans beheersbaar: jaaroverzichten van je broker bevatten de meeste benodigde informatie. Bij vastgoed is het lastiger, omdat je de waarde op 1 januari en 31 december moet kunnen onderbouwen terwijl kosten niet meetellen. Juist daardoor pakt het tegenbewijs bij vastgoed in de praktijk minder gunstig uit dan mensen verwachten.
De tegenbewijsregeling is dus geen automatische korting, maar een kans die voorbereiding vraagt. Overweeg tijdig te starten met het bijhouden van de juiste documentatie. Meer informatie over de opgaaf werkelijk rendement vind je hier.
Wat kun je doen om de hogere box 3 heffing te beperken?
Legale manieren om vermogen fiscaal slimmer te structureren
De eerste stap is altijd: laat je vermogen uitsplitsen in spaargeld, beleggingen, vastgoed, schulden en vermogen in de BV. Pas dan zie je waar de echte druk zit. In de praktijk zie ik vaak dat mensen vooral focussen op rendement, terwijl de structuur minstens zo belangrijk is. Een goed rendement in de verkeerde fiscale jas voelt achteraf een stuk minder goed.
Een paar slimme richtingen zijn vaak het onderzoeken waard. Vermogen anders spreiden tussen privé en BV. Kijken of aflossen, schenken of herstructureren zinvol is. Bij vastgoed beoordelen of de huidige aanhoudstructuur nog past. En bij lage werkelijke opbrengsten: nagaan of de tegenbewijsregeling kansrijk is.
Wie meer wil lezen over praktische routes om box 3 te verlagen, vindt hier een sterk vervolgartikel: drie manieren om box 3 te verlagen.
Wanneer is een holding of BV-structuur interessant?
Een holding of BV-structuur is interessant zodra je vermogen omvangrijker wordt, je al ondernemer bent of wanneer je meerdere doelen tegelijk wilt combineren: belasting besparen, vermogen opbouwen, pensioen structureren en grip houden op uitkeringen. Het gaat dan niet alleen om het vermijden van box 3, maar om de totale fiscale route over meerdere jaren.
Dat betekent niet dat een BV altijd beter is. Soms betaal je in de BV later juist box 2-heffing bij uitkeren. Soms maakt een beleggings-BV veel sense, soms juist niet. Het verschil zit in de samenhang. Heb je bijvoorbeeld een winstgevende onderneming, een holding en privé beleggingen naast elkaar, dan moet je integraal rekenen. Niet losse keuzes maken per potje.
Twijfel je of privé beleggen nog logisch is, lees dan ook beleggen in BV of in privé en, als je nog in een eenmanszaak zit, eenmanszaak of BV. Daar zie je snel waar de omslagpunten kunnen liggen.
Wat verandert er nog meer in box 3 de komende jaren?
Het huidige overbruggingsstelsel loopt in elk geval door tot en met 2027. Voor 2027 wordt voor overige bezittingen gerekend met 6,37%. Het tarief blijft 36%. Ondertussen blijft de wet werkelijk rendement de richting voor 2028, al hangt de precieze invoering af van politieke en praktische uitvoerbaarheid.
Belangrijk is dat het toekomstige stelsel waarschijnlijk veel dichter tegen werkelijk rendement aan gaat zitten. Dat klinkt eerlijker, maar vraagt ook meer administratie, meer waarderingsvraagstukken en meer strategische keuzes. Voor ondernemers en vermogende particulieren wordt planning daardoor belangrijker, niet minder.
De tegenbewijsregeling blijft in 2026 en 2027 een belangrijk ventiel. Als jouw werkelijke rendement lager is dan het forfait, kun je mogelijk vermindering krijgen. Daarbij geldt wel een nuance die vaak wordt onderschat: ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee, terwijl kosten niet altijd aftrekbaar zijn. Vooral bij vastgoed maakt dat het bewijstraject zwaarder. Bij effectenportefeuilles is het meestal beter inzichtelijk en dus praktischer onderbouwbaar.
Wil je de bredere lijn volgen, dan zijn de ontwikkelingen rond box 3 in 2027 en de opgaaf werkelijk rendement relevante verdiepingen.
Hoe helpt Financial Life Plan bij een hogere vermogensrendementsheffing?
Bij box 3-vraagstukken gaat het zelden alleen over één percentage. In de praktijk hangen privé vermogen, BV-structuur, dividendbeleid, pensioen en estate planning bijna altijd met elkaar samen. Juist daar helpt een integrale aanpak. Niet alleen berekenen hoeveel box 3 je betaalt, maar bekijken hoe je totale financiële plaatje slimmer kan worden ingericht.
Wij kijken daarom niet alleen naar de aangifte, maar ook naar de vraag wat er achter jouw vermogen zit. Houd je vermogen nu privé terwijl een BV logischer is? Is jouw tweede woning nog wel slim gestructureerd? Is tegenbewijs kansrijk of kost het vooral tijd zonder resultaat? En als je ondernemer of DGA bent: hoe past box 3 in jouw langere termijnplan?
Door fiscaliteit, financiële planning en praktische uitvoering te combineren, krijg je niet alleen inzicht in de hogere vermogensrendementsheffing, maar ook concrete keuzes voor nu en later. Dat geeft rust. En minstens zo belangrijk: het voorkomt dat je elk jaar opnieuw reactief achter de feiten aanloopt.
Conclusie
De stijging van het forfait box 3 in 2026 is geen kleine technische wijziging, maar een echte kostenfactor voor wie privé belegt of vastgoed aanhoudt. Met een forfait van 6,00% voor overige bezittingen en 36% belasting kan de heffing hard oplopen, zeker als jouw werkelijke rendement lager ligt. Wachten tot de aanslag komt is dan meestal de duurste strategie.
Het goede nieuws is dat er vaak meer mogelijk is dan mensen denken. Tegenbewijs, herstructureren, slimmer verdelen tussen privé en BV en beter plannen richting 2027 en 2028 maken vaak een groot verschil. Wie op tijd rekent, houdt meer grip op belasting, vermogen en toekomstige keuzes.
Wil je weten of jij onnodig veel box 3 betaalt en of privé, holding of herstructureren voor jouw situatie slimmer is? Financial Life Plan helpt je dit helder door te rekenen en te vertalen naar een concreet plan.
Veelgestelde vragen
1. Hoe hoog is het forfaitair rendement box 3 in 2026?
Voor overige bezittingen in box 3 wordt in 2026 uitgegaan van 6,00%. Daaronder vallen onder meer beleggingen, tweede woningen, aandelen, obligaties en crypto. Over het berekende rendement betaal je 36% belasting. Voor spaargeld geldt een lager percentage, waardoor de belastingdruk daar meestal lager ligt.
2. Waarom stijgt het forfait box 3 juist nu?
De stijging hangt samen met het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. Omdat dat nieuwe systeem waarschijnlijk pas vanaf 2028 ingaat, blijft het tijdelijke stelsel langer bestaan. Om de budgettaire gevolgen daarvan op te vangen, is het forfait voor overige bezittingen verhoogd.
3. Wat is de tegenbewijsregeling in box 3?
Met de tegenbewijsregeling kun je aantonen dat jouw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement waarmee de Belastingdienst rekent. In dat geval kun je mogelijk minder box 3-belasting betalen. Dit is vooral relevant bij lage rendementen, maar de onderbouwing moet wel sterk zijn en bij vastgoed is dat vaak lastiger.
4. Wie merkt de box 3-stijging het meest?
Vooral mensen met beleggingen, crypto, een tweede woning of verhuurd vastgoed merken de stijging. Ook DGA’s en vermogende particulieren die veel privévermogen aanhouden worden sneller geraakt. Bij puur spaargeld is de impact meestal beperkter, omdat daarvoor een lager forfait geldt dan voor overige bezittingen.
5. Is een BV een oplossing om box 3 te besparen?
Soms wel, maar niet automatisch. Een BV kan interessant zijn als je veel vermogen hebt, al ondernemer bent of meerdere doelen wilt combineren zoals belastingoptimalisatie, pensioen en vermogensopbouw. Je moet dan wel integraal rekenen, want box 3 vermijden betekent niet automatisch dat de totale belastingdruk ook lager uitvalt.
Deze blog bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies ; beslissingen op basis hiervan zijn voor eigen risico. Lees onze volledige Disclaimer.