
Eenmanszaak staken, geruisloze inbreng of ruisend inbrengen?
Je eenmanszaak inbrengen in een BV? Dan heb je drie opties. De verkeerde keuze kost je een hoop geld
Veel ondernemers die overwegen om over te stappen naar een BV, stellen zichzelf de vraag: moet ik dit doen? Maar minstens zo belangrijk is de vraag: hoe doe ik dit? Want wie zijn eenmanszaak inbrengt in een BV, kan dat op drie manieren doen. En die drie manieren pakken fiscaal heel anders uit.
Welke variant voor jou het beste is, hangt af van je situatie. Hoe hoog zijn je stille reserves? Hoe lang ga je nog ondernemen? En wat is je verwachte winst de komende jaren? In dit artikel leggen we de drie routes uit. In dit artikel leggen we de drie routes uit en rekenen we door wat ze in de praktijk betekenen.
De drie routes
1. Staken en opnieuw starten
De minst ingrijpende route: je stopt je eenmanszaak volledig, en start daarna een nieuwe, lege BV. Klinkt simpel, en dat is het ook. Maar simpel betekent niet altijd voordelig.
Wanneer je staakt, rekent de Belastingdienst af over alles wat je in je onderneming hebt opgebouwd: de stille reserves (het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde van je bezittingen), de fiscale reserves zoals de oudedagsreserve, en de goodwill van je onderneming. Al die waarde wordt in één klap als stakingswinst belast in box 1, tegen het progressieve tarief dat kan oplopen tot 49,5%.
Er bestaat een stakingsvrijstelling van maximaal €3.630, maar die stelt bij een gezonde onderneming weinig voor. De rekening kan dus fors zijn.
Toch is staken soms de enige optie, namelijk als je niet voldoet aan de voorwaarden voor geruisloze of ruisende inbreng. En soms is het gewoon de meest praktische keuze, zeker als je weinig opgebouwde reserves hebt en je BV snel wilt starten. Maar in veel gevallen geldt: goedkoop is duurkoop.
2. Geruisloze inbreng
Dit gaat zonder direct af te rekenen. Je brengt je eenmanszaak in bij de BV, inclusief alle opgebouwde fiscale reserves, stille reserves en goodwill. Maar je betaalt daar op dat moment geen belasting over. De Belastingdienst schuift de claim als het ware mee de BV in.
Wat dat betekent in de praktijk: de BV neemt jouw fiscale positie over. Ze erft dezelfde boekwaarden als jij had in je eenmanszaak. Als jij een machine had staan voor €10.000 boekwaarde die in werkelijkheid €50.000 waard is, dan staat die bij de BV ook voor €10.000 op de balans. De stille reserve van €40.000 is er nog steeds, maar wordt pas belast als de BV die machine verkoopt.
Het grote voordeel: je hebt nu liquiditeit. Je hoeft niet eerst een grote belastingrekening te betalen voordat je in de BV kunt beginnen. De BV start wel met een lagere boekwaarde, wat betekent dat de afschrijvingsmogelijkheden beperkter zijn.
Er zitten voorwaarden aan geruisloze inbreng. Zo moet je vooraf een intentieverklaring indienen bij de Belastingdienst, moet de inbreng voldoen aan zakelijke voorwaarden, en zijn er eisen rondom de continuïteit van de onderneming. Maar als je aan die voorwaarden voldoet, is dit voor veel ondernemers een aantrekkelijke route.
3. Ruisende inbreng
Bij ruisende inbreng reken je wél direct af. De stille reserves, de goodwill en de fiscale reserves worden in het jaar van inbreng belast als stakingswinst. Dat klinkt als een nadeel, en het voelt ook zo. Je krijgt een belastingaanslag terwijl je net een BV hebt opgericht.
Maar er zit een keerzijde die veel ondernemers over het hoofd zien: doordat je afrekent, mag je die waarde ook inbrengen als volgestort kapitaal of als een hogere kostprijs in de BV. De BV start met een hogere boekwaarde. En een hogere boekwaarde betekent meer afschrijvingen in de komende jaren en dus structureel minder VpB.
Bovendien: de belastingheffing over de stakingswinst kun je soms uitstellen via specifieke regelingen, zoals de lijfrenteregeling. Daarmee zet je de stakingswinst om in een lijfrente en verspreid je de heffing over meerdere jaren.
Ruisende inbreng loont met name als je goodwill en reserves beperkt zijn en de afrekening meevalt.
Wat zeggen de cijfers?
Theorie is mooi, maar de praktijk is concreter. We rekenen twee situaties door: een winst van €100.000 en een winst van €150.000.
Bij een winst van €150.000

In de eenmanszaak loopt het marginale belastingtarief hard op richting 49,5%. De BV daarentegen betaalt 19% VpB over de eerste €200.000 winst. Dat verschil werkt sterk in het voordeel van de BV-route.
De eenmanszaak geeft bij €150.000 winst een netto privé van €89.515. De ruisende inbreng komt uit op €90.560. Maar de geruisloze inbreng wint duidelijk: €95.895 netto privé, ruim €6.300 meer dan de eenmanszaak, zelfs als je alles direct uitkeert.
Bij een winst van €100.000

In dit voorbeeld wordt het DGA salaris uitgekeerd en de winst die (na vennootschapsbelasting overblijft) wordt ook volledig als dividend uitgekeerd. Je haalt dus alles naar privé in dit voorbeeld. De eenmanszaak geeft €64.023. De geruisloze inbreng €65.317 en de ruisende inbreng zelfs €66.098. De BV-routes winnen dan nipt, maar het verschil is klein. Rekening houdend met de extra kosten van een BV (accountant, jaarrekening, publicatieplicht: al snel €1.000 tot €2.000 per jaar) is de BV bij €100.000 winst fiscaal nauwelijks aantrekkelijk als je elk jaar alles opneemt.

Als je kijkt naar de situatie waarbij je als DGA alleen je gebruikelijk loon uitkeert (€58.000) en de rest van de BV-winst in de BV laat zitten, dan valt het netto privé van de BV-routes fors lager uit dan de eenmanszaak. De eenmanszaak geeft je €64.023 netto privé. De geruisloze inbreng levert €43.990 op, ruim €20.000 minder. Dat lijkt dramatisch, maar er zit een belangrijk verschil: bij de geruisloze inbreng blijft er €31.154 ín de BV staan als reserve. Die is nog niet uitgekeerd en nog niet belast in box 2.
Dit geldt overigens ook bij de hogere winsten, zoals in het voorbeeld van €150.000. Wie de BV-winst niet meteen opneemt maar laat staan, bouwt nog veel sneller vermogen op. Bij €150.000 winst blijft er immers een aanzienlijk groter bedrag achter na VpB.
Hier ligt de échte kans.
Stel dat je kiest voor de geruisloze inbreng en je bewust besluit om jaar na jaar alleen je salaris uit te keren en de resterende winst na VpB (zo’n €31.154 per jaar) gewoon in de BV te laten staan. Dan bouw je vermogen op in de vennootschapsbelastingsfeer, grotendeels buiten het bereik van box 3. Na vijf jaar heb je ruim €155.000 in de BV opgebouwd. Na tien jaar meer dan €310.000, en dat is vóór enig rendement op dat vermogen.
Zelfs als je dan de latente box 2-claim (24,5%) verrekent, houd je na tien jaar meer dan €235.000 netto over. In de eenmanszaak zou datzelfde geld jaarlijks uitbetaald zijn, in box 3 vallen zodra het boven de vrijstelling uitkomt, en de vermogensrendementsheffing worden aangeslagen.
De conclusie bij €100.000 winst is dus tweeledig: als je alles direct wilt opnemen, loont een BV nauwelijks. Maar als je niet alles netto nodig hebt in privé en bereid bent om geduldig te zijn en vermogen op te bouwen, is de BV ook bij dit winstniveau een krachtig instrument.
Wanneer loont een BV?
Op basis van de cijfers kun je een aantal vuistregels afleiden:
Onder circa €100.000 winst is de BV nauwelijks aantrekkelijk als je jaarlijks alles opneemt. De fiscale voordelen wegen dan niet op tegen de hogere kosten en administratieve verplichtingen. Wil je echter bewust vermogen opbouwen, dan kan een BV ook hier zinvol zijn.
Verder kunnen toeslagen en heffingskortingen hoger worden als je niet alles uitkeert naar privé (dat kan ook oplopen tot duizenden euro’s per jaar). Dat is dus weer voordeliger in het voordeel van de BV.
Tussen €100.000 en €150.000 is de BV fiscaal interessant (ook als je alles naar privé uitkeert). Ook hier is dat niet nodig en kun je de winst (deels) in de BV laten staan. De combinatie van laag VpB-tarief en uitgestelde box 2-heffing werkt als een fiscale spaarmachine.
Boven circa €150.000 is de BV ook bij directe uitkering aantrekkelijk. Het gecombineerde tarief van VpB en box 2, samen ongeveer 38,8%, ligt structureel lager dan het marginale IB-tarief in de eenmanszaak van 49,5%.
Bij hoge stille reserves of goodwill kan geruisloze inbreng bijzonder aantrekkelijk zijn, ongeacht het winstniveau. Je schuift een grote belastingclaim belastingvrij door en behoudt de liquiditeit om in de BV te investeren.
Welke variant is de beste voor jou?
Er is geen universeel antwoord. De juiste keuze hangt af van een combinatie van factoren: de hoogte van je stille reserves en goodwill, je verwachte winstontwikkeling, je privésituatie, je plannen rondom pensioen en vermogensopbouw, en hoe je dividendstrategie eruitziet.
Wat we wél met zekerheid kunnen zeggen: de keuze is te belangrijk om zonder gedegen doorrekening te maken. Wie de verkeerde route kiest, betaalt soms tienduizenden euro’s te veel en dat valt achteraf niet meer terug te draaien.
Wil je weten welke variant voor jou het beste uitpakt? Bij FLP maken we een integrale fiscale analyse van jouw situatie, inclusief winstontwikkeling, stille reserves en privésituatie. Zo maak je een weloverwogen keuze en betaal je precies wat je moet betalen. Niet meer en niet minder.
Vrijblijvend kennismaken?
Vrijblijvend kennismaken en erachter komen wat de waarde kan zijn van een financieel plan op maat? Plan hieronder een kennismaking!