Is een deposito interessanter dan beleggen?

Is een deposito interessanter dan beleggen?

De belastingregels in Box 3 maken het antwoord verrassend genuanceerd. Met de definitieve percentages voor 2026 rekenen we het eerlijk door.

Stel: je hebt een flink bedrag op de plank liggen en je wil het slim wegzetten. Beleggen? Een stukje vastgoed kopen? Of gewoon een deposito voor twee jaar en klaar? Het voelt alsof beleggen en vastgoed vanzelfsprekend beter zijn: meer risico, meer rendement. Maar zodra je de belastingrekening erbij pakt, wordt het verhaal een stuk interessanter.

Want in Box 3 betaal je belasting over een forfaitair rendement, een fictief percentage dat de Belastingdienst hanteert, ongeacht wat je daadwerkelijk verdient. En die percentages zijn niet gelijk voor spaargeld en beleggingen. Dat verschil is precies waar de crux zit.

Hoe werkt Box 3 in 2026?

Je vermogen wordt verdeeld over drie categorieën, elk met een eigen forfaitair rendement:

  • Banktegoeden (spaargeld, deposito’s, betaalrekeningen): 1,28%
  • Overige bezittingen (beleggingen, aandelen, vastgoed): 6,00%
  • Schulden: 2,70%

Over het forfaitaire rendement betaal je 36% belasting. Het heffingsvrije vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon (€ 118.714 voor fiscaal partners). De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld. Het forfait voor overige bezittingen staat al definitief vast.

Een deposito valt onder banktegoeden: de Belastingdienst gaat er dus vanuit dat je 1,28% rendement maakt. Beleggingen en vastgoed vallen onder overige bezittingen: daarop wordt 6,00% forfaitair rendement verondersteld, bijna vijf keer zo veel.

Dat klinkt alsof beleggen en vastgoed zwaarder worden belast, en dat klopt. Maar de vraag is: weegt het hogere werkelijke rendement dat op? We rekenen het door aan de hand van twee concrete voorbeelden.

Voorbeeld 1: beleggen versus een deposito

Stel: je hebt € 100.000. Je kunt dat bedrag beleggen of vastzetten in een deposito. De voorbeelden zijn vereenvoudigd en houden geen rekening met het heffingsvrije vermogen en eventuele schulden, zodat het effect van de twee categorieën zuiver zichtbaar is.

Beleggen (werkelijk rendement: 5%)

  • Werkelijk rendement: € 5.000
  • Forfaitair rendement (6,00%): € 6.000
  • Belasting (36% over forfait): € 2.160
  • Netto over: € 2.840

Deposito, 2 jaar à 2,65% (via bijv. Raisin)

  • Werkelijk rendement: € 2.650
  • Forfaitair rendement (1,28%): € 1.280
  • Belasting (36% over forfait): € 461
  • Netto over: € 2.189

Beleggen levert in dit voorbeeld € 651 netto meer op dan een deposito. Maar let op wat er achter dat getal schuilgaat: als belegger maak je bijna twee keer zoveel werkelijk rendement (€ 5.000 versus € 2.650) en draag je daarvoor ook meer risico. Na belasting houd je als belegger slechts 43% van je werkelijke rendement over. Bij het deposito is dat 83%.

Anders gezegd: de Belastingdienst slokt bij beleggen een véél groter deel van je rendement op dan bij een deposito. Het hogere nettobedrag bestaat dankzij het hogere werkelijke rendement, niet dankzij een gunstige belastingbehandeling.

Hoeveel rendement moet je maken om een deposito te verslaan?

Als je terugrekent naar het omslagpunt, het rendement waarbij beleggen netto exact evenveel oplevert als een deposito, kom je uit op circa 3,4%. Maak je minder dan dat, dan is een deposito netto voordeliger. Maak je meer, dan wint beleggen of vastgoed.

Dat klinkt laag, maar vergeet niet: bij beleggingen gaat het om het netto rendement na kosten, dividendbelasting en eventuele wisselvalligheid. Een gemiddeld beleggingsfonds dat 5% bruto maakt, zit na kosten wellicht op 3,8% en zit dan net boven de grens.

Let op: de tegenbewijsregeling

Maakt je beleggingsportefeuille in 2026 minder dan 6% rendement? Dan mag je in je aangifte het werkelijke rendement aanhouden in plaats van het forfait. Je betaalt dan belasting over wat je echt hebt verdiend.

Andersom geldt ook: is je werkelijke rendement hoger dan het forfait, dan betaal je nooit meer dan over het forfaitaire percentage. De heffing is effectief gemaximeerd.

Belangrijk detail: bij de tegenbewijsregeling tellen ook ongerealiseerde waardestijgingen mee. Een papieren winst op je aandelen of woning telt dus mee, ook als je niets hebt verkocht.

Wat betekent dit voor jou?

Box 3 ‘straft’ hoge rendementen relatief zwaarder dan lage. Een deposito is fiscaal uiterst efficiënt: je betaalt belasting over een forfait dat dicht bij je werkelijke rente ligt, en je houdt een groot deel van je rendement over. Beleggen en vastgoed bieden een hoger absoluut nettoresultaat, maar alleen als het werkelijke rendement ruim boven het omslagpunt van 3,4% uitkomt.

De les is niet dat een deposito altijd beter is. De les is dat het verschil in Box 3 aanzienlijk kleiner is dan de brutorendementen doen vermoeden. En dat het bij een teleurstellend beleggingsjaar de moeite waard is om de tegenbewijsregeling te benutten.

Wil je weten hoe dit uitpakt voor jouw specifieke vermogensmix, met schulden, vrijstellingen en het heffingsvrije vermogen erbij? Dan is een gesprek met een van onze adviseurs de kortste weg naar het juiste antwoord.

We maken graag een Financial Life Plan op maat voor jou!

Eens in gesprek over dit soort vergelijkingen? En weten of een financieel plan op maat iets voor jou zou zijn? Plan een gesprek in via onderstaande tool!

Wil jij een financieel plan dat écht voor jou werkt?
Plan hier je kennismaking

Lees ook:

Werkgeverslasten DGA in 2026

Werkgeverslasten DGA in 2026

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

Als je als directeur-grootaandeelhouder salaris uit je BV haalt, wil je vooral één ding weten: wat kost dat je BV nu echt? Bij werkgeverslasten DGA gaat het niet alleen om je brutoloon, maar ook om loonbelasting, premie volksverzekeringen, de bijdrage Zorgverzekeringswet en de vraag of jouw BV wel of geen premies werknemersverzekeringen moet betalen. Juist […]


DGA ziek: wie betaalt je loon?

DGA ziek: wie betaalt je loon?

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

Word je als directeur-grootaandeelhouder ziek, dan wil je snel weten hoe de loondoorbetaling bij ziekte voor een DGA in 2026 werkt. Het korte antwoord: heb je een arbeidsovereenkomst met je eigen bv, dan geldt in beginsel dezelfde hoofdregel als voor andere werknemers, namelijk maximaal 2 jaar loondoorbetaling en minimaal 70% loon bij ziekte. Tegelijk ben […]


Doorbetaaldloonregeling voor de DGA: zo werkt het in 2026

Doorbetaaldloonregeling voor de DGA: zo werkt het in 2026

Door Dirk Zuijdwegt 15 juli 2026

De doorbetaaldloonregeling voor DGA’s is in 2026 nog steeds relevant als je werkt met een holding en een of meer werk-bv’s. Toch gaat het in de praktijk vaak mis op twee punten: de verhouding tussen hoofdwerkgever en nevenwerkgever, en de vraag of je de regeling alleen voor loonheffingen toepast of ook voor werknemersverzekeringen. Als je […]