
Box 3 in 2028: wat verandert er echt?
Vanaf 2028 moet box 3 in principe overstappen naar belasting over werkelijk rendement. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk is het vooral belangrijk wat er precies meetelt, wanneer je belasting betaalt en welke vermogensbestanddelen anders worden behandeld. Zeker als je belegt, vastgoed hebt, crypto aanhoudt of als DGA privé vermogen opbouwt, wil je ruim op tijd weten wat dit voor jou betekent.
De stand van zaken in 2026 is dubbel. Het kabinet heeft de Wet werkelijk rendement box 3 ingediend met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2028. Tegelijk is er politieke en uitvoeringsdruk en wordt er gesproken over aanpassingen, mogelijk via het Belastingplan 2027. Het speelveld verandert dus, maar juist daarom is dit het moment om je structuur, rendement en risico’s slim tegen het licht te houden.
In dit artikel leg ik je in gewone taal uit wat het verschil is tussen box 3 oud en nieuw, hoe het werkelijk rendement box 3 wordt berekend, wat er geldt voor aandelen, crypto en vastgoed, en wat jij nu al kunt doen om verrassingen te voorkomen.
Wat is box 3 en waarom verandert het in 2028?
Het huidige forfaitaire stelsel en de problemen ermee
Box 3 is de belastingbox voor privévermogen dat niet in box 1 of box 2 valt, zoals spaargeld, beleggingen en veel soorten vastgoed. Tot en met 2027 werk je nog met het huidige forfaitaire systeem. Daarbij wordt niet je echte rendement belast, maar een verondersteld rendement, met een tegenbewijsregeling als jouw werkelijke rendement lager ligt.
Dat systeem staat al jaren onder druk, vooral omdat het forfait in veel situaties slecht aansloot op de werkelijkheid. Spaarders werden in sommige jaren relatief zwaar geraakt, terwijl bij andere vermogenssoorten juist weer andere scheefheden ontstonden. Daarom wil de wetgever naar een stelsel dat dichter bij de echte opbrengst van vermogen ligt.
Van fictief rendement naar werkelijk rendement: de kern van de hervorming
De kern van de hervorming is simpel: niet meer belasting op een fictie, maar op wat je echt verdient en wat je vermogen echt in waarde verandert. Denk aan rente, dividend, huur, maar ook aan koerswinst of waardestijging. Voor veel financiële bezittingen wordt dus niet alleen direct rendement belast, maar ook papieren winst.
De beoogde box 3 2028 ingangsdatum is 1 januari 2028. Wel is het goed om scherp te blijven op de politieke route: in 2026 ligt er nog discussie over aanpassingen, vooral rond vermogensaanwasbelasting en de behandeling van illiquide vermogensbestanddelen.
Wat houdt het nieuwe box 3 stelsel vanaf 2028 precies in?
Vermogensaanwasbelasting: belasting over ongerealiseerde waardestijging
De hoofdregel in het nieuwe stelsel is vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat je jaarlijks belasting betaalt over reguliere inkomsten én over waardeontwikkelingen die nog niet zijn gerealiseerd. Anders gezegd: stijgt jouw effectenportefeuille op papier met 20.000 euro, dan telt die stijging in principe mee voor de belasting, ook als je niets hebt verkocht.
Dat is meteen ook het meest besproken onderdeel van de wet. Bij liquide beleggingen, zoals beursgenoteerde aandelen en ETF’s, is dat technisch uitvoerbaar. Maar bij minder makkelijk verhandelbaar vermogen voelt belasting over papieren winst voor veel mensen ongemakkelijk. Mijn ervaring is dat juist daar de meeste onrust ontstaat: niet over het idee van werkelijk rendement, maar over de timing van de belastingheffing.
Directe en indirecte rendementen: wat valt eronder?
Onder werkelijk rendement vallen directe opbrengsten zoals rente, dividend, huur en pacht. Daarnaast telt indirect rendement mee: waardestijging of waardedaling van bezittingen. Kosten mogen daar vanaf, voor zover ze samenhangen met dat vermogen. Denk aan bankkosten, financieringskosten en transactiekosten.
Het voorgestelde tarief is 36 procent. In het wetsvoorstel geldt een heffingsvrij inkomen van 1.800 euro per persoon. Voor fiscale partners is dat samen 3.600 euro. Heb je per saldo verlies in box 3, dan kan dat in het wetsvoorstel onder voorwaarden worden verrekend met toekomstige positieve box 3-inkomsten, boven een verliesdrempel van 500 euro.
Welke vermogensbestanddelen vallen onder box 3 in 2028?
Spaargeld, beleggingen en vastgoed: overzicht per categorie
Spaargeld, deposito’s, obligaties, beursgenoteerde aandelen, ETF’s en crypto vallen in de hoofdregel van vermogensaanwasbelasting. Bij deze categorieën kijk je dus jaarlijks naar inkomsten én naar de waardeverandering. Voor beleggers in aandelen of crypto is dit het belangrijkste punt: ook niet-gerealiseerde koerswinst kan meetellen.
Voor onroerend goed geldt een uitzondering. Daar wordt gewerkt met vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat de jaarlijkse waardestijging van het pand niet direct wordt belast. De directe opbrengst, zoals huur, telt wel mee. De winst of het verlies door verkoop wordt pas belast of verrekend op het moment van realisatie.
Ook voor start-ups en scale-ups is in het wetsvoorstel een uitzondering opgenomen richting vermogenswinstbelasting. Juist daar speelt liquiditeit een grote rol. Als aandelen moeilijk verkoopbaar zijn, is jaarlijks afrekenen over papieren winst vaak onpraktisch. Daarom staat dit onderdeel politiek extra in de schijnwerpers.
Heb je buitenlands vastgoed, dan wordt het nog belangrijker om goed te kijken welk land mag heffen en hoe verdragen uitpakken. Daarover lees je meer in deze uitleg over belasting over buitenlands vastgoed in box 3.
Hoe wordt het werkelijk rendement berekend?
Koerswinst en papieren winst: telt ongerealiseerde groei mee?
Ja, bij vermogensaanwasbelasting telt ongerealiseerde groei mee. Dat is precies het onderdeel dat de meeste vragen oproept: belasting betalen over winst die je nog niet hebt gerealiseerd. Voor beursbeleggingen en crypto is het antwoord in de voorgestelde hoofdregel dus: ja, de papieren stijging van jouw vermogen in een kalenderjaar telt mee.
Daalt je vermogen, dan werkt het ook de andere kant op. Waardedalingen kunnen het rendement drukken en verliezen zijn in beginsel verrekenbaar met toekomstige positieve jaren. Dat maakt het systeem inhoudelijk eerlijker dan een puur forfait, maar het vraagt wel om betere administratie en meer vooruitkijken op liquiditeit.
Rekenvoorbeelden: zo werkt de berekening in de praktijk
Voorbeeld 1, effectenportefeuille. Stel je ontvangt in 2028 4.000 euro dividend. Je portefeuille stijgt daarnaast met 16.000 euro in waarde. Je betaalt 300 euro aan bank- en transactiekosten. Dan is je werkelijk rendement 19.700 euro. Na het heffingsvrije inkomen van 1.800 euro resteert 17.900 euro. Bij 36 procent belasting kom je uit op 6.444 euro box 3-heffing.
Voorbeeld 2, spaargeld en obligaties. Je ontvangt 2.400 euro rente, je obligatieportefeuille stijgt 3.000 euro en je kosten bedragen 200 euro. Dan is je rendement 5.200 euro. Na 1.800 euro vrijstelling blijft 3.400 euro over. Belasting: 1.224 euro.
Voorbeeld 3, verhuurd pand. Je ontvangt 18.000 euro huur en hebt 4.000 euro aan rente. Je directe rendement is dan 14.000 euro. Verkoop je het pand niet, dan telt de waardestijging dat jaar in beginsel niet mee onder de vastgoeduitzondering. Verkoop je later met 60.000 euro winst, dan komt die winst pas bij verkoop in beeld.
Wil je zelf beter snappen hoe rendementen optellen en wat kosten daarin doen, dan is deze pagina over rendement berekenen een nuttige aanvulling.
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het oude box 3 stelsel?
Wegvallen van het forfaitair rendement
Het grootste verschil tussen het huidige en het nieuwe box 3-stelsel is dat het forfaitair rendement in de structurele opzet verdwijnt. In plaats van een benadering op basis van vermogensmixen, percentages en ficties, ga je naar belasting op wat jouw vermogen echt oplevert. Voor mensen met lage werkelijke opbrengsten kan dat eerlijker uitpakken. Voor beleggers met sterke koersjaren kan het juist zwaarder worden.
| Vermogenscategorie | Behandeling vanaf 2028 | Wat telt mee voor de belasting? |
|---|---|---|
| Spaargeld, deposito’s, obligaties | Vermogensaanwasbelasting | Rente plus jaarlijkse waardeverandering minus aftrekbare kosten |
| Beursgenoteerde aandelen, ETF’s | Vermogensaanwasbelasting | Dividend plus ongerealiseerde koerswinst of -verlies minus kosten |
| Crypto | Vermogensaanwasbelasting | Jaarlijkse waardestijging of -daling plus eventuele opbrengsten minus kosten |
| Vastgoed in privé | Vermogenswinstbelasting | Direct rendement zoals huur telt jaarlijks mee; waardestijging pas bij verkoop |
| Start-ups en scale-ups | Uitzondering richting vermogenswinstbelasting | Belastingheffing vooral bij realisatie, juist vanwege beperkte verhandelbaarheid |
Dat betekent ook dat het verschil tussen het oude en het nieuwe box 3-stelsel niet alleen technisch is, maar ook gedragsmatig. Onder het oude systeem maakte het minder uit hoe rendement was opgebouwd. Onder het nieuwe systeem maakt het juist veel uit of je inkomen vooral uit rente, dividend, huur of waardestijging bestaat.
Overgangsperiode 2024-2027: wat geldt er nu nog?
Tot en met 2027 geldt nog het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling. Wie nu al beslissingen neemt voor 2028, moet dus niet alleen naar de toekomstige wet kijken, maar ook naar de jaren daarvoor. Soms is het slim om een wijziging juist nog uit te stellen, soms juist naar voren te halen. Dat hangt af van je vermogensmix, je verwachte rendement en de vraag of je vooral liquiditeit of groei nastreeft.
Wil je daar breder naar kijken, dan is dit box 3 overzicht handig als vertrekpunt.
Wat betekent box 3 in 2028 voor ondernemers en DGA’s?
Privévermogen buiten de BV: box 3 of box 2?
Voor ondernemers en DGA’s is dit onderwerp zelden los te zien van de BV-structuur. Vermogen in privé valt mogelijk in box 3, vermogen in een BV kent weer een heel andere fiscale route via de vennootschapsbelasting en later box 2. Daardoor is de vraag niet alleen hoeveel belasting je betaalt, maar ook waar je vermogen het best thuishoort.
In de praktijk zie ik dat veel DGA’s jarenlang vermogen in privé opbouwen zonder periodiek te toetsen of dat nog logisch is. Met een stelsel dat meer kijkt naar werkelijk rendement, wordt die vraag urgenter. Zeker bij grote beleggingsportefeuilles, overtollige cash, vastgoed of familiekapitaal kan een goede structuur op termijn veel verschil maken in belastingdruk, flexibiliteit en pensioenplanning.
Optimaliseren van je vermogensstructuur vóór 2028
De slimme aanpak is niet blind schuiven naar een BV, maar rekenen. Een BV kan aantrekkelijk zijn, maar alleen als het totaalplaatje klopt: verwacht rendement, beleggingshorizon, uitkeringsbehoefte, pensioen, risico’s en de latere box 2-heffing. Daarom is het verstandig om box 3 nooit geïsoleerd te bekijken.
Voor ondernemers die twijfelen of privé of BV slimmer is, zijn beleggen in BV of in privé en eenmanszaak of BV logische vervolgstappen. Zeker als je niet alleen belasting wilt vergelijken, maar ook grip wilt krijgen op je totale financiële structuur.
Wat zijn de voor- en nadelen van het nieuwe stelsel?
Het grootste voordeel is dat de heffing beter aansluit op de werkelijkheid. Wie weinig rendement maakt, betaalt in principe minder snel belasting over fictie. Ook wordt kostenaftrek explicieter onderdeel van het systeem, wat economisch zuiverder is.
Het grootste nadeel is dat vermogensaanwasbelasting tot liquiditeitsdruk kan leiden. Vooral als jouw rendement vooral uit waardestijging bestaat en niet uit cashflow. Denk aan aandelen, crypto of andere beleggingen die hard stijgen zonder uitkering. Je ziet dan op papier winst, maar je hebt de belasting nog niet als contant geld beschikbaar.
Mijn mening is dat het nieuwe stelsel inhoudelijk beter uitlegbaar is dan een forfaitair systeem, maar dat de uitwerking alleen goed werkt als je tijdig plant. Wie het laat gebeuren, gaat dit ervaren als onvoorspelbaar. Wie vooruitkijkt, kan meestal prima bijsturen met liquiditeitsreserves, slimme allocatie en een betere vermogensstructuur.
Welke administratie heb je nodig voor het nieuwe box 3-stelsel?
Met werkelijk rendement als grondslag verschuift de verantwoordelijkheid voor een correcte opgave meer naar de belastingplichtige zelf. Dat vraagt om betere bijhouding van je financiële gegevens door het jaar heen.
Voor beursbeleggingen en crypto is het belangrijk om jaarlijkse openings- en slotkoersen bij te houden, dividendoverzichten te bewaren en alle transacties te documenteren. Veel brokers en exchanges verstrekken jaaroverzichten, maar het is verstandig die tijdig op te vragen en te bewaren.
Voor vastgoed geldt dat je huurinkomsten, hypotheekrente en zakelijke kosten zorgvuldig vastlegt. De waardeontwikkeling wordt bij verkoop relevant, dus ook een goed gedocumenteerde aankoopprijs en eventuele verbeteringskosten zijn van belang voor een correcte berekening van de gerealiseerde winst.
Wie meerdere vermogenscategorieën combineert, of werkt met buitenlandse rekeningen, wallets of vastgoed, doet er goed aan nu al een structuur op te zetten voor de administratie. Hoe eerder die gewoontes zijn ingesleten, hoe minder stress bij de aangifte vanaf 2028.
Wat kun je nu al doen om je voor te bereiden op box 3 in 2028?
Fiscale optimalisatie vóór de inwerkingtreding
Begin met een vermogensscan. Welke bezittingen heb je privé, welke opbrengsten leveren die op en hoe liquide zijn ze? Veel mensen weten globaal wat ze hebben, maar niet precies hoe hun rendement is opgebouwd. Juist dat verschil wordt vanaf 2028 cruciaal.
Kijk daarna naar drie praktische punten. Eén: liquiditeit. Als je vooral belegt in groeivermogen zonder cashflow, bouw dan tijdig ruimte in om belasting te kunnen betalen. Twee: kosten en administratie. Zorg dat bankkosten, financieringskosten en andere aftrekbare kosten goed zijn vastgelegd. Drie: structuur. Toets of privé, BV, holding of een andere opzet nog past bij je doelen.
Heb je vastgoed of buitenlands vermogen, ga dan eerder dan later rekenen. Bij dit soort dossiers zit de winst zelden in één losse truc, maar in de combinatie van fiscaliteit, financiering en toekomstplanning. Dat is precies waar wij in de praktijk het verschil zien tussen losse adviezen en een plan dat echt rust geeft.
Veelgestelde vragen over box 3 in 2028
Geldt de wet werkelijk rendement ook voor vastgoed?
Ja, maar vastgoed krijgt een afwijkende behandeling. De directe opbrengst, zoals huur, telt mee. De jaarlijkse waardestijging van onroerend goed wordt in het wetsvoorstel niet jaarlijks belast, maar pas bij verkoop via vermogenswinstbelasting. Wel blijft de precieze uitwerking van vastgoedregels politiek gevoelig, bijvoorbeeld bij vakantiewoningen en vastgoedbijtelling.
Is er nog een tegenbewijsregeling na 2028?
In de structurele opzet niet zoals onder het huidige overgangsstelsel. Het idee van het nieuwe systeem is juist dat je meteen uitgaat van het werkelijke rendement. Daardoor verschuift de discussie van tegenbewijs naar juiste waardering, juiste kostenverwerking en goede verliesverrekening.
Wanneer gaat box 3 in 2028 in?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Dat is de planning waar in 2026 mee wordt gewerkt. Wel geldt dat er nog politieke en uitvoeringsonzekerheid is, omdat er wordt gesproken over aanpassingen en de verdere behandeling nog niet volledig is afgerond.
Hoe zit het met crypto in box 3 vanaf 2028?
Crypto valt in de voorgestelde hoofdregel onder vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat niet alleen gerealiseerde winst telt, maar ook jaarlijkse waardestijging of waardedaling. Voor crypto-investeerders wordt administratie dus nog belangrijker, zeker als je werkt met verschillende wallets, exchanges of staking-inkomsten.
Is het slim om nu al vermogen te verplaatsen?
Niet automatisch. Een verhuizing van vermogen naar een BV of andere structuur kan slim zijn, maar alleen als het totaalplaatje klopt. De juiste keuze hangt af van rendement, tijdshorizon, opnamemomenten, risico en jouw privé- en ondernemingsdoelen. Eerst rekenen, dan pas handelen.
Conclusie
Box 3 vanaf 2028 draait in de kern om één verandering: belasting op werkelijk rendement in plaats van op een fictieve benadering. Voor spaarders, beleggers, vastgoedbezitters, ondernemers en DGA’s betekent dat meer aansluiting op de realiteit, maar ook meer noodzaak om vooruit te plannen. Vooral de combinatie van vermogensaanwasbelasting, kostenaftrek, verliesverrekening en uitzonderingen voor vastgoed en start-ups maakt het een onderwerp dat je niet op gevoel moet aanpakken.
De slimste route is niet wachten op de laatste politieke update, maar nu al in kaart brengen hoe jouw vermogen is opgebouwd en waar de kwetsbaarheden zitten. Dan kun je keuzes maken voordat tijdsdruk en verrassingen je dwingen.
Wil je weten of jouw privévermogen straks onnodig zwaar wordt geraakt door de nieuwe box 3-regels? Financial Life Plan helpt je met een concreet plan waarin fiscaliteit, vermogen en jouw lange termijn samenkomen.
FAQ
Wat is het verschil tussen het huidige box 3-stelsel en het nieuwe stelsel vanaf 2028?
Tot en met 2027 werk je nog met een forfaitair systeem, met tegenbewijs als je werkelijke rendement lager is. Vanaf 2028 is het idee dat je direct belasting betaalt over je echte rendement. Dus niet over een fictie, maar over rente, dividend, huur, waardestijging en minus aftrekbare kosten.
Hoe hoog wordt de belasting in box 3 vanaf 2028?
In het wetsvoorstel uit 2026 is het tarief 36 procent. Je betaalt dat over je werkelijke rendement na aftrek van het heffingsvrije inkomen van 1.800 euro per persoon. Voor fiscale partners is dat samen 3.600 euro. Bij verlies gelden aparte regels voor verliesverrekening en een drempel van 500 euro.
Wordt belasting geheven over papieren winst in box 3 vanaf 2028?
Ja, voor veel financiële bezittingen wel. Bij vermogensaanwasbelasting telt ook ongerealiseerde waardestijging mee. Dat geldt bijvoorbeeld voor beursgenoteerde aandelen, ETF’s en crypto. Voor vastgoed en bepaalde aandelen in start-ups of scale-ups geldt juist een uitzondering, waarbij winst pas bij verkoop wordt belast.
Geldt box 3 vanaf 2028 ook voor een tweede woning of vakantiewoning?
Ja, onroerend goed in privé blijft onder box 3 vallen. De systematiek is wel anders dan bij beursbeleggingen. Huurinkomsten tellen mee in het jaar zelf, maar waardestijging wordt in beginsel pas bij verkoop belast. Bij beperkt of eigen gebruik kan een vastgoedbijtelling een rol spelen, wat vooral bij vakantiewoningen relevant is.
Wat kun je nu al doen om je voor te bereiden op box 3 in 2028?
Breng eerst je vermogensmix en rendementen scherp in beeld. Kijk daarna naar liquiditeit, kostenaftrek en de vraag of privé of BV beter past. Vooral ondernemers en DGA’s doen er goed aan box 3 niet los te bekijken, maar als onderdeel van hun totale financiële plan, inclusief pensioen, dividend en vermogensopbouw.
Deze blog bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies ; beslissingen op basis hiervan zijn voor eigen risico. Lees onze volledige Disclaimer.